Jo Pieck

De handdruk van de pelgrim

Francis Smets

Op 24 maart 2016 zag ik voor de eerste keer schilderijen van Joke Pieck. Het was op de tentoonstelling in GYM in Hasselt. Mijn onmiddellijke reactie bij het betreden van de zaal, nog voor ik goed gekeken had, was: ‘dit is een schilder’. Dat is niet zomaar een neutrale vaststelling, het houdt een groot compliment in. Iemand die verf aanbrengt op een doek, zo bestaan er wel meer en dat mag ook. Maar een schilder is uitzonderlijk. Een schilder zijn is veel meer dan iemand die schilderijen maakt. Want een schilderij is een wonder, in deze zin dat het ieder begrip te boven gaat.

Wat bracht me tot die spontane uitspraak? Het schrijven van een tekst over de schilderijen van Joke Pieck vormt een goede aanleiding om mij hier zelf over te bezinnen. Wat maakt iemand tot een schilder? Dat is een interessante vraag om over na te denken. Zij kan dubbele winst opleveren: zowel mijn eigen inzichten verhelderen als dieper doordringen in dit oeuvre.

Het is een moedige beslissing om een schilder te willen zijn. Niet alleen omdat schilderen op zich zowat het moeilijkste is dat ik ken. Maar vooral omdat het vandaag een haast onmogelijke opgave is geworden. Nu alles onbeperkt toegestaan is, is het voor de schilder moeilijker geworden in plaats van gemakkelijker. Alle dogma’s zijn opgeheven, er zijn geen beperkingen meer in hoe en wat te schilderen. Niet alleen dat. De historische avant-garden van de 20ste eeuw hebben bovendien alle picturale mogelijkheden langs alle kanten
uitgetest. Wat eertijds tot keuzen dwong, legt voortaan geen regels meer op. Maar de moeizaam verworven, onbeperkte vrijheid is ook een vergiftigd geschenk. In deze situatie blijft enkel het hybride over en dat is het tegendeel van een schilderij. Niets is zo bedreigend voor het schilderij als het hybride. Taalverwarring is op zich niet meer dan taalverwarring. Daar hebben we geen boodschap aan. Wanneer het schilderij op zich geen gesprek vormt tussen de heterogene elementen waaruit het is samengesteld, kan het ook geen dialoog met ons aangaan. Als schilder het hybride louter achternahollen is vaandelvlucht plegen. Maar je kunt zijn aantrekking evenmin uit de weg gaan, zij werpt zich heden immers met grote kracht op. Haar niet erkennen, is de ogen sluiten voor de realiteit waar de schilderkunst zich nu in bevindt. Hoe toegeven aan de onvermijdelijke hybridisering en haar terzelfdertijd overstijgen? Zich vrijwillig begeven in het hybride, ontslaat het schilderij geenszins van zijn missie meer te zijn dan willekeurige genetische drift. Dat is een grote uitdaging.

Joke Pieck gaat moedig deze confrontatie aan. Ik zie haar werk als de gewaagde ontdekkingsreis die zij onderneemt in het nog ruimschoots onverkende continent van het
hybride. Een nochtans fascinerend schilderij als Fishes running through the painting toont aan dat het slecht afloopt wanneer je in het hybride het pad kwijtraakt. Maar verdwalen is de beste manier om een gebied in kaart te brengen.
In recentere schilderijen zoals Blue Interior en Sea Interior is verdwalen een vorm van aankomen geworden. Alsof de schilder een pelgrimstocht onderneemt die geen vooropgesteld doel op de landkaart heeft uitgestippeld en die toch naar een voordien ongekend heiligdom leidt, een met eigen handen gebouwd Compostella als het ware.
In deze schilderijen gebeuren botsingen, onmiskenbaar. Dat is het eigene en ook het boeiende van het hybride. Maar hoe maak je van botsingen zachte botsingen? Hoe maak je van oorlog vrede? Van oproer verzoening? Hoe maak je een totaalsom van elementen die niet met elkaar optelbaar zijn?
Laten we ons voor Sea Interior neerzetten en de tijd nemen die nodig is om goed naar een schilderij te kijken.

Natuurlijk is dit geen beeld van de zee en al evenmin van een interieur. Maar de gespletenheid van het schilderij draagt wel de tegenspraak in zich die in beide voorstellingen bevat zou liggen. Het enige dat het met een zee gemeen heeft, is de geweldige oerkracht die we in de onderste helft van het schilderij ervaren. De in elkaar geschoven, rechte vlakken in de bovenste helft roepen de veiligheid en geborgenheid van de ruimte van het wonen op. Dit vergt van de schilder de moeilijke oefening de voorstelling te vertalen in open schilderkunstige vormen die dezelfde tegengestelde krachten in zich dragen. De afbeelding wordt opgeheven, maar niet haar betekenis die zich via de schilderkunstige vormen weer opdringt. De volle kleurenvelden - het groen dat met verschillende blauwen en een oranje een pact sluit - bieden door hun verlangen naar harmonie de bescherming van de huiselijkheid. Daar tegenover staan de ‘wilde’ of schijnbaar onbezonnen uitbarstingen van de aanrollende en zich opdringende gestalten in de andere delen van het schilderij. De krachten van het buiten penetreren in de ontvankelijkheid van het binnen. Zij bedreigen de rust of worden door haar tot bedaren gebracht. Het is niet duidelijk wie wie trotseert of wie zich aan wie overlevert. Deze twijfel (of de zekerheid dat dit onderscheid opgeheven is) is als de definitie van het passionele liefhebben zelf.
Het is noodzakelijk aandacht te hebben voor al deze rijkdom aan schilderkunstige varianten, want zij is de rijkdom van het hybride zelf die zoals het leven is, niet onder één noemer te vangen. Het schilderij heeft het recht deze zorgvuldige blik van ons op te eisen. Dat geldt trouwens ook voor Blue Interior en andere werken. De natuurlijkheid en flexibiliteit waarmee Joke Pieck de, vaak op gespannen voet levende mogelijkheden aftast die zich aan de vrijgevochten schilder aandienen, hebben mij ongetwijfeld mee doen beslissen: dit is een schilder.

Maar er is meer. Concentreren we ons nogmaals op Sea Interior. De zee die beukt op de rotsen, als we dit geweld anders of vanuit het oogpunt van de zee bekijken, waarom zouden we het dan niet als een streling opvatten? Een botsing die een streling is, dat is precies wat dit schilderij suggereert. De hooghartige wederzijdse afwijzing tussen de antagonistische krachten in het schouwspel van de werkelijkheid is opgeheven. Dit samenvloeien van tegenstellingen maakt Sea Interior tot een schilderij en diegene die het heeft voortgebracht tot een schilder.

Het onderliggende, zelfs prominent aanwezige hybridische wordt niet ontkend, maar beluisterd en gekoesterd. Het wordt in de hogere orde van de liefde opgenomen.
Dit schilderij is een avontuur, op het roekeloze af. Het waagt zich in al de hinderlagen die het hybride spant, maar het slaagt erin het er heelhuids van af te brengen, hoe hachelijk de uitkomst ook is.
Dat maakt het schilderij zo precair. Door deze fragiliteit vertrouwt de schilder ons haar kwetsbaarheid toe. Dat schept reeds een diepe band tussen haar en ons, want zij neemt ons in vertrouwen, vergelijkbaar met een handdruk die slechts onwillig loslaat. Het schilderij is in de eerste plaats een mooi gebaar en dat alleen al staat borg voor de schoonheid ervan, breekbaar en trots tegelijk zoals ware schoonheid is.

FRANCIS SMETS